MBO Burgerschap · portfolio-taak

De grenzen van de kledingcode

Over je eigen identiteit, de werkvloer en gelijke behandeling

Gedaan
0% Automatisch bewaard

Wat trek jij aan?

Een school in Gouda verbood na de zomervakantie joggingbroeken en trainingspakken in de klas. Het Jeugdjournaal maakte er dit item over.

NOS Jeugdjournaal · 1 minuut · openen op YouTube

Video · NOS Jeugdjournaal over het kledingverbod (1 minuut)
youtube.com/shorts/h_0LL4oUiTg — te bekijken via de opdracht in Canvas.

Wat je 's ochtends aantrekt voelt waarschijnlijk als een puur persoonlijke keuze. Kleding laat zien wie je bent, bij welke groep je hoort, of waarin je je gewoon prettig voelt. Maar zodra je een school of een bedrijf binnenstapt, blijkt je kledingkeuze ineens onderwerp van gesprek — of zelfs van strenge regels.

Mag een school of werkgever bepalen wat jij draagt? Waar ligt de grens tussen jouw persoonlijke vrijheid en de behoefte van een organisatie aan orde en professionaliteit?

De casus: trainingspakken verboden op het vmbo

Een middelbare school in Gouda (De Goudse Waarden, locatie Kanaalstraat) heeft na de zomervakantie een streng kledingvoorschrift ingevoerd. Naast korte broeken, croptops en slippers zijn voortaan ook joggingbroeken, trainingspakken en windjacks verboden in de klassen. De school wil daarmee de 'straatcultuur' buiten de deur houden en een professionele schoolcultuur creëren. Leerlingen moeten leren zich te kleden naar de omgeving waarin ze zijn. Omdat veel van hen stage lopen, wennen ze zo alvast aan de normen op de werkvloer, stelt de adjunct-directeur.

We willen naar een professionele schoolcultuur en daar hoort passende kleding bij. Door de regels is het voor leerlingen duidelijk dat ze op een andere plek zijn dan in hun vrije tijd. Hier wordt ander gedrag verwacht. Onze doelgroep heeft structuur nodig. Ben Krijgsman, adjunct-directeur

Ouders en leerlingen reageren verontwaardigd. Een moeder vertelt dat ze alle kleding voor het nieuwe schooljaar al had gekocht en nu ineens met nieuwe eisen te maken krijgt. Anderen wijzen erop dat kinderen zo weinig ruimte overhouden om zichzelf te zijn en te experimenteren.

Tot de herfstvakantie krijgt een leerling bij een overtreding een waarschuwing. Daarna gaat de school er strenger op letten.

De regels gelden alleen voor de vmbo-locatie en niet voor de havo- en vwo-vestigingen van dezelfde school. Leerlingen op de ene locatie krijgen dus met andere regels te maken dan leerlingen op de andere.

Scholen in Nederland hebben veel ruimte om zelf te bepalen hoe het er bij hen aan toe gaat. Die vrijheid van onderwijs staat in artikel 23 van de Grondwet: een school mag haar onderwijs voor een groot deel zelf inrichten, en daar horen eigen regels bij. Onbeperkt is die ruimte niet, want een school blijft gebonden aan de wet. Waar die ruimte precies ophoudt, is de vraag die in dit werkblad terugkomt.

Kledingvoorschriften en burgerschap

De directeur van de school in de casus wil rust in het gebouw en minder gedoe over dure merkkleding, en hij wil zijn leerlingen beter voorbereiden op de arbeidsmarkt. Leerlingen willen zelf bepalen hoe ze eruitzien. Allebei valt er iets voor te zeggen; de vraag is hoeveel ruimte elk van de twee krijgt.

In dit werkblad zoek je uit welke rechten hier tegenover elkaar komen te staan, wie zo'n regel op een mbo-school mag vaststellen en wat je kunt doen als je het er niet mee eens bent. Daarna bepaal je waar jij zelf staat. Aan het eind schrijf je een advies aan de directeur van je eigen school, die voor dezelfde keuze staat.

K

Kennis — rechten en regels

Eerst kijken we naar de rechten die hier tegenover elkaar komen te staan.

Individueel

In deze casus staat meer op het spel dan een joggingbroek. Er spelen belangrijke waarden waar mensen veel aan hechten: vrijheid om te bepalen hoe je eruitziet, gelijk behandeld willen worden, kunnen laten zien wat je gelooft of wat je vindt.

Zulke waarden zijn in Nederland beschermd met grondrechten. Die staan in de Grondwet en gelden voor iedereen: voor jou, voor je klasgenoten en voor de leiding van de school.

In dit vraagstuk trekken die rechten niet dezelfde kant op. Een leerling die zijn trainingspak aanhoudt, beroept zich op een ander artikel dan de school die de regel invoert. Allebei staan ze in de Grondwet, en nergens staat wie dan voorgaat.

Hieronder staan vijf artikelen die dit vraagstuk raken. Lees ze, en bepaal daarna welke twee er voor jou het hardst botsen.

Welke rechten spelen hier mee?

Een paar van die rechten raken deze casus rechtstreeks:

  • Artikel 1 Iedereen wordt in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie is verboden.
  • Artikel 6 Vrijheid van godsdienst en levensovertuiging. Denk aan een hoofddoek, keppel of kruisje.
  • Artikel 7 Vrijheid van meningsuiting. Je uit je niet alleen met woorden: een trui met een tekst, een symbool of een stijl zegt ook iets.
  • Artikel 10 Recht op je persoonlijke levenssfeer. Hoe jij eruitziet hoort bij je eigen leven.
  • Artikel 23 Vrijheid van onderwijs. Scholen mogen hun onderwijs voor een groot deel zelf inrichten en daarbij eigen regels stellen.

Daar komt bij dat een school moet zorgen voor onderwijs dat veilig en ordelijk verloopt. Regels die daarvoor nodig zijn, moeten wel ergens vastliggen: in het studentenstatuut, het leerlingenstatuut of het schoolreglement.

Volgens de Leidraad kleding op scholen van het ministerie van OCW mag een school kledingvoorschriften invoeren, maar alleen als die aan vier voorwaarden voldoen: ze zijn niet discriminerend, ze tasten de vrijheid van meningsuiting niet aan, ze staan opgeschreven in de schoolgids of het statuut, en de straf bij overtreding is niet onevenredig zwaar.

Welke twee grondrechten botsen hier voor jou het hardst?

Meerdere artikelen uit het lijstje raken deze casus. Kies de twee die volgens jou het meest met elkaar botsen.

botst met

Schrijf op wat volgens het ene artikel mag en wat volgens het andere, en waarom die twee in deze casus niet allebei kunnen gelden.

Schrijf hier minimaal 30 woorden.

Individueel

De leiding van een school kan niet zomaar in haar eentje bepalen welke regels er bij haar gelden. Elke mbo-school moet een studentenraad hebben: studenten die gekozen worden en met het bestuur om tafel zitten. Sommige besluiten mag het bestuur pas nemen als die raad ermee instemt. Daar hoort ook het studentenstatuut bij, het document waarin de regels en rechten voor studenten staan.

De raad is niet de enige manier om invloed te hebben. Hieronder staan er vijf, van dichtbij naar ver weg.

2a · Welke manier zou volgens jou het meeste effect hebben?

Lees de vijf manieren en klik de manier aan die jij het meest effectief vindt.

2b · Waarom juist die manier?

Waarom denk je dat juist de manier die jij hebt aangeklikt iets oplevert?

Schrijf hier minimaal 30 woorden.

2c · Heb jij zelf wel eens iets veranderd?

Invloed hebben is meer dan stemmen. Het gaat erom dat je stem meetelt bij beslissingen die over jou gaan. Dat begint vaak klein.

Denk terug aan school, stage of werk. Wanneer heb jij wel eens iets voor elkaar gekregen, of geprobeerd? Wat deed je toen, en wat gebeurde er?

Schrijf hier minimaal 25 woorden.

2d · De studentenraad

Wat weet jij van de studentenraad op jouw school? Denk je dat zo'n raad echt verschil maakt bij een besluit als dit, of niet? Leg uit waarom je dat denkt.

Schrijf hier minimaal 25 woorden.

I

Veranderbaarheid — wie bepaalt hier de regels?

Dat een school regels stelt is niet nieuw. Wat wel veranderd is, is hoe die regels tot stand komen en wat je ertegen kunt doen.

Relatie school en student: van gehoorzamen naar meepraten

Tweehonderd jaar geleden hoefde een schoolmeester aan niemand uit te leggen waarom hij iets deed. Er werd geslagen met een plak, een rietje of de vlakke hand, op de vingers of op het hoofd. Wie gestraft werd, stond in de hoek of kreeg een bord om zijn nek. De meeste ouders vonden dat prima, want bij hen was het ook zo gegaan. Een leerling die het er niet mee eens was, had niemand om naartoe te gaan.

Dat is stap voor stap verschoven, doordat er wetten en afspraken kwamen die vastleggen wat een school wel en niet mag, en die leerlingen en studenten een plek geven waar hun mening meetelt. Hieronder staan vijf van die momenten.

Samen als dat kan · je eigen keuze telt

Bij elke gebeurtenis hoort precies één jaartal: 1820 · 1878 · 1995 · 2010 · 2023. Schat in welk jaartal waarbij hoort. Als je alle vijf hebt ingevuld, lees je hoe het echt zat.

Zoek uit hoe één van deze vijf veranderingen er is gekomen

Kies één van de vijf gebeurtenissen waar je net een jaartal bij hebt gezocht. Neem er een waar je zelf nieuwsgierig naar bent, zoek online uit hoe die verandering er is gekomen en beantwoord daarna de vragen hieronder. Je hebt er internet bij nodig; uit je hoofd lukt het niet.

a · Wie wilde dit?

Een politieke partij, een organisatie, een groep leerlingen of ouders, wetenschappers, één persoon?

Schrijf hier minimaal 20 woorden.

b · Wat hebben zij gedaan?

Denk aan onderzoek publiceren, actievoeren, een rechtszaak, aandringen bij Kamerleden, of jarenlang blijven vragen.

Schrijf hier minimaal 20 woorden.

c · Hoeveel tijd zat ertussen?

Noem twee momenten die je bent tegengekomen — bijvoorbeeld een eerste voorstel, een actie of een rapport, en het moment dat het geregeld was — en hoeveel jaar daartussen zit.

Schrijf hier minimaal 20 woorden.

d · Waar heb je dit gevonden?

Noem de website, het artikel of de pagina.

Wat viel je op tijdens het zoeken?

Ging het sneller of juist langzamer dan je dacht?

Schrijf hier minimaal 20 woorden.

E

Ervaring — waar sta jij?

Nu gaat het om jouw eigen afweging. Hieronder staan acht stellingen, in twee rondes van vier. Geef bij elke stelling aan hoe je erover denkt. Ga af op je eerste reactie.

Individueel

1 = helemaal oneens  ·  3 = neutraal  ·  5 = helemaal eens

Vul alle acht de stellingen in. Daarna zie je hier vanuit welke hoek jij het meest naar deze casus kijkt.

De manier van kijken die bij jou het hoogst uitkwam

Vul eerst de acht stellingen in; daarna staat hier welke manier van kijken bij jou bovenaan staat.

Schrijf hier minimaal 30 woorden.

En die het laagst uitkwam

Zodra de acht stellingen zijn ingevuld, staat hier de manier van kijken die bij jou onderaan staat.

Schrijf hier minimaal 30 woorden.

M

Standpunt en handelen

Eerst kijk je vooruit naar je stage, daarna geef je de directeur van je eigen school advies.

Individueel

De adjunct-directeur van De Goudse Waarden, de school uit de casus, zegt dat hij leerlingen voorbereidt op de normen van de werkvloer.

Bijna overal waar je werkt, gelden regels over hoe je je kleedt en eruitziet. Soms gaan die over veiligheid: schoenen met stalen neuzen, geen loshangende sieraden, haar vast, nagels kort. Soms gaan ze over hoe het bedrijf naar buiten toe overkomt: een poloshirt van de zaak, geen pet, tatoeages bedekt, geen zichtbare piercings.

Een regel die logisch is

Denk aan een bedrijf waar jij stage zou willen lopen. Welke kledingregel zou jij daar logisch vinden? En waarom die?

Schrijf hier minimaal 20 woorden.

Een regel die te ver zou gaan

Noem iets wat jouw stagebedrijf over je uiterlijk zou kunnen eisen wat volgens jou te ver gaat. Waarom vind je dat?

Schrijf hier minimaal 20 woorden.

Individueel

Nu terug naar je eigen school. De directeur van jouw college denkt erover om joggingbroeken uit het gebouw te weren. Hij is er zelf nog niet uit. Hij ziet wat zo'n regel kan opleveren, maar hij weet ook dat studenten er heel anders over kunnen denken, en hij wil het niet over hun hoofden heen beslissen. Daarom legt hij het eerst voor aan de studentenraad. Jij zit in die raad namens je klas, en jij schrijft het advies.

Je hebt je hier nu in verdiept: je kent de rechten die meespelen, je weet hoe zo'n regel elders uitpakt en je hebt je eigen afweging gemaakt. Schrijf op wat jij het beste vindt voor de studenten van jouw school, en waarom.

Wat er in je advies moet staan

  • 1. Begin met je advies. Schrijf in je eerste twee zinnen dat de directeur joggingbroeken overweegt te verbieden, en of hij dat volgens jou wel moet doen, niet moet doen, of anders moet doen.
  • 2. Geef twee argumenten voor jouw advies. Twee redenen waarom dit het beste is voor de studenten van jouw school.
  • 3. Noem één nadeel van je eigen advies. Elk advies heeft er één. Schrijf op wat iemand die het niet met je eens is hiertegen zou inbrengen.
  • 4. Leg uit waarom je toch bij je advies blijft. Waarom weegt dat nadeel voor jou niet op tegen je twee argumenten?
  • 5. Eindig met één ding dat de directeur moet doen. Iets waar hij deze week mee kan beginnen. Bijvoorbeeld: het voorstel eerst in alle klassen laten bespreken, de regel alleen laten gelden in de praktijklokalen, of het voorstel intrekken.
Richtlijnen voor een zakelijke brief

Dit is een zakelijke brief. Die heeft een vaste vorm, en die vorm hoort erbij:

  • Een nette aanhef. "Geachte heer De Vries," met een komma erachter. Ken je de naam niet, dan "Geachte directeur,".
  • Alinea's met een witregel ertussen. Elk punt hierboven is ongeveer één alinea. Eén lange lap tekst leest niemand.
  • Een afsluiting en je naam. "Met vriendelijke groet," met daaronder je naam en je klas.
  • Geen spreektaal en geen afkortingen. Schrijf zoals je zou praten tegen iemand die je nog niet kent.

Schrijf minimaal 170 woorden. Dat is ongeveer vijf korte alinea's: één per punt hierboven.

Wat je hebt gedaan

Dit overzicht laat zien welke blokken af zijn. Het telt mee bij de beoordeling.

Je antwoorden worden automatisch bewaard in deze browser op dit apparaat. Ben je klaar? Klik op Opslaan als pdf, kies bij bestemming Opslaan als pdf en lever dat bestand in via Canvas. In die pdf staan je antwoorden bij elkaar, zonder de lesstof.